Ergens in een gemeentehuis staat dit voorjaar een wethouder voor de laatste keer voor de raad. Een speech, een applaus, een bos bloemen. En dan is het klaar.
Waar iemand stopt, treedt een nieuw college aan. Dat gebeurt deze maanden in honderden gemeenten. De aandacht gaat naar wie mag beginnen. Voor wie weggaat is er een laatste bos bloemen, en daarna: stilte.
Wat we vaak niet zien, is het verlies dat onder die bloemen zit. Er is wel een woord voor: rouw.
Alleen verbinden we dat woord zelden aan het verlies van een functie. We vinden het ongemakkelijk, want het hoort voor ons bij het verlies van een dierbare. Toch is ook dit verlies. Van een rol. Van een ritme. Van een stuk van wie je jarenlang was.
Ik weet hoe dat voelt.
Thuis zag ik de bloemen elke dag iets meer verwelken. Op dinsdagochtend om tien uur was er ineens geen gevulde koek en kopje thee meer. Geen telefoontjes over lopende zaken. Het voelde alsof ik nergens meer hoorde, en opnieuw moest zoeken wie ik nog was.
En ik ben niet de enige.
Onderzoek van Transitium Groep en Binnenlands Bestuur uit het voorjaar van 2026, onder bijna honderd oud-bestuurders, laat zien dat een op de vier na het aftreden kampt met gevoelens van rouw en verlies. Ruim een kwart moest zichzelf opnieuw uitvinden, omdat de functie een deel van het eigen 'ik' was geworden.
Je hoeft geen wethouder te zijn om dit te herkennen. Het overkomt iedereen die een baan verliest, of door ziekte de dagen ineens leeg ziet worden. Telkens valt er een rol weg waar iemand jarenlang mee samenviel. En telkens is er weinig oog voor het verlies dat volgt.
We zijn goed in het vieren van een nieuw begin. Inwerkprogramma's, tijd om te landen. Maar als iemand stopt, is er een kort afscheid en gaat de organisatie weer door. De buitenwereld is verder voordat de bloemen zijn verwelkt. Voor diegene zelf nog lang niet.
Erkennen dat afscheid van een functie ook rouw is, kost niets. Toch blijft het een taboe. Het helpt juist om het te benoemen. Rouw hoeft niet opgelost te worden, maar vraagt om ruimte en kennis. Juist ook op de werkvloer.
En deze rouw mag bestaan naast de opluchting. Je kunt dankbaar zijn dat er rust is gekomen en tegelijk rouwen om wat je achterliet. Allebei waar, tegelijk.
Rouw heeft vele vormen. Ook deze. Die erkenning, en de ruimte voor wat na het afscheid komt, is waardevoller dan dat bosje bloemen.
Hoe kijken we in onze organisaties naar afscheid nemen? Is er ruimte voor dit verborgen verlies, of gaan we te snel over tot de orde van de dag?